Vertaling van veel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
veel {bn.}
veel {bn.}
veel {bn.}
veel {bn.}
een heleboel, terdege, veel, zeer {bw.}
een heleboel
terdege
veel
zeer {bw.}
menig, veel, vele {bn.}
menig
veel
vele {bn.}
dikwijls, gedurig, menigmaal, vaak, veel, veelal, veeltijds {bw.}
dikwijls
gedurig
menigmaal
vaak
veel
veelal
veeltijds {bw.}
verdragen, velen, lijden, uitstaan, ondergaan, doorstaan {ww.}
verdragen
velen
lijden
uitstaan
ondergaan
doorstaan {ww.}

ik doorsta
jij doorstaat
hij/zij/het doorstaat

ik verdraag
jij verdraagt
hij/zij/het verdraagt
» meer vervoegingen van verdragen

Velen verloren hun huis na de aardbeving.
Velen verloren hun huis na de aardbeving.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
Ik kan de pijn niet meer uitstaan.
verdragen, velen, aanzien, pikken, tolereren, toelaten, dulden {ww.}
verdragen
velen
aanzien
pikken
tolereren
toelaten
dulden {ww.}

ik zie aan
jij ziet aan
hij/zij/het ziet aan

ik verdraag
jij verdraagt
hij/zij/het verdraagt
» meer vervoegingen van verdragen

Ik kan dit geluid niet langer tolereren.
Ik kan dit geluid niet langer tolereren.
Vergeet me niet op te pikken om zes uur morgenochtend.
Vergeet me niet op te pikken om zes uur morgenochtend.
dragen, verdragen, velen, incasseren, harden, verduren, gedogen, dulden {ww.}
dragen
verdragen
velen
incasseren
harden
verduren
gedogen
dulden {ww.}

ik draag
jij draagt
hij/zij/het draagt

ik draag
jij draagt
hij/zij/het draagt
» meer vervoegingen van dragen

Velen zijn geroepen, slechts weinig uitverkoren
Velen zijn geroepen, slechts weinig uitverkoren
Uit velen één", "Eenheid uit veelheid
Uit velen één", "Eenheid uit veelheid


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Veel plezier!

Veel plezier!

Veel plezier!

Veel plezier!

Veel plezier!

Veel plezier!

Zij heeft veel geld.

Zij heeft veel geld.

Weet ik veel!

Weet ik veel!

Ik heb veel dromen.

Ik heb veel dromen.

Ik heb veel foto's.

Ik heb veel foto's.

Tom verdient niet veel.

Tom verdient niet veel.

Ana heeft veel bewonderaars.

Ana heeft veel bewonderaars.

Ik heb veel vrienden.

Ik heb veel vrienden.

Ik heb veel platen.

Ik heb veel platen.

We hebben veel vrienden.

We hebben veel vrienden.

Ik heb veel huiswerk.

Ik heb veel huiswerk.

U heeft veel boeken.

U heeft veel boeken.

Ik kocht veel boeken.

Ik kocht veel boeken.


Gerelateerd aan veel

een heleboel - terdege - zeer - menig - vele - dikwijls - gedurig - menigmaal - vaak - veelal - veeltijds - verdragen - velen - lijden - uitstaandulden