Vertaling van verbijstering

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verslagenheid [v], ontsteltenis [v], verbijstering [v], consternatie [v] {zn.}
verslagenheid [v]
ontsteltenis [v]
verbijstering [v]
consternatie [v] {zn.}
verbouwereerdheid [v], verbijstering [v] {zn.}
verbouwereerdheid [v]
verbijstering [v] {zn.}
verbijstering [v] (de ~), ontzetting [v] (de ~), ontsteltenis [v] (de ~) {zn.}
verbijstering [v] (de ~)
ontzetting [v] (de ~)
ontsteltenis [v] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan verbijstering

verslagenheid - ontsteltenis - consternatie - verbouwereerdheid - ontzettingschrik