Vertaling van ontzetting

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
schrik, schrikkelijkheid [v], ontzetting [v] {zn.}
schrik
schrikkelijkheid [v]
ontzetting [v] {zn.}
Hij had schrik voor zijn vrouw.
Hij had schrik voor zijn vrouw.
Ik had schrik dat ik te laat was.
Ik had schrik dat ik te laat was.
ontzetting [v] (de ~), ontzet {zn.}
ontzetting [v] (de ~)
ontzet {zn.}
ontzetting [v] (de ~), degradatie {zn.}
ontzetting [v] (de ~)
degradatie {zn.}
luxatie, ontzetting [v] (de ~), ontwrichting [v] (de ~) {zn.}
luxatie
ontzetting [v] (de ~)
ontwrichting [v] (de ~) {zn.}
verbijstering [v] (de ~), ontzetting [v] (de ~), ontsteltenis [v] (de ~) {zn.}
verbijstering [v] (de ~)
ontzetting [v] (de ~)
ontsteltenis [v] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan ontzetting

schrik - schrikkelijkheid - ontzet - degradatie - luxatie - ontwrichting - verbijstering - ontsteltenisbevrijding - ontneming - verwonding - schrik