Vertaling van ontzet
ontzet {bn.}
royeren
ontzetten {ww.}
ik ontsla
jij ontslaat
hij/zij/het ontslaat
ik ontsla
jij ontslaat
hij/zij/het ontslaat
» meer vervoegingen van ontslaan
verbijsteren
ontstellen
ontzetten
onthutsen {ww.}
ik onthuts
jij onthutst
hij/zij/het onthutst
ik verbluf
jij verbluft
hij/zij/het verbluft
» meer vervoegingen van verbluffen
ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten
ontzet {zn.}
besodemieterd
ontdaan
ontredderd
ontsteld
verbijsterd
ontzet {bn.}
ontzetten
ontstellen
onthutsen
aangrijpen
schokken {ww.}
ik grijp aan
jij grijpt aan
hij/zij/het grijpt aan
ik pak aan
jij pakt aan
hij/zij/het pakt aan
» meer vervoegingen van aanpakken
ontwrichten {ww.}
ik ontwricht
jij ontwricht
hij/zij/het ontwricht
ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten
ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten
ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten