Vertaling van ontzet

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
ontzet {zn.}
ontzet {zn.}
ontzet {bn.}
ontzet {bn.}
geschrokken, ontzet {bn.}
geschrokken
ontzet {bn.}
ontslaan, royeren, ontzetten {ww.}
ontslaan
royeren
ontzetten {ww.}

ik ontsla
jij ontslaat
hij/zij/het ontslaat

ik ontsla
jij ontslaat
hij/zij/het ontslaat
» meer vervoegingen van ontslaan

Ze moesten driehonderd mannen ontslaan in de fabriek.
Ze moesten driehonderd mannen ontslaan in de fabriek.
verbluffen, verbijsteren, ontstellen, ontzetten, onthutsen {ww.}
verbluffen
verbijsteren
ontstellen
ontzetten
onthutsen {ww.}

ik onthuts
jij onthutst
hij/zij/het onthutst

ik verbluf
jij verbluft
hij/zij/het verbluft
» meer vervoegingen van verbluffen

ontzetten {ww.}
ontzetten {ww.}

ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet

ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten

ontzetting [v] (de ~), ontzet {zn.}
ontzetting [v] (de ~)
ontzet {zn.}
onthutst, besodemieterd, ontdaan, ontredderd, ontsteld, verbijsterd, ontzet {bn.}
onthutst
besodemieterd
ontdaan
ontredderd
ontsteld
verbijsterd
ontzet {bn.}
aanpakken, ontzetten, ontstellen, onthutsen, aangrijpen, schokken {ww.}
aanpakken
ontzetten
ontstellen
onthutsen
aangrijpen
schokken {ww.}

ik grijp aan
jij grijpt aan
hij/zij/het grijpt aan

ik pak aan
jij pakt aan
hij/zij/het pakt aan
» meer vervoegingen van aanpakken

Het is duidelijk dat de Amerikanen hun eigen probleem niet eens kunnen oplossen, dus hoe kunnen ze zichzelf bekwaam achten voor het aanpakken van problemen in de rest…
Het is duidelijk dat de Amerikanen hun eigen probleem niet eens kunnen oplossen, dus hoe kunnen ze zichzelf bekwaam achten voor het aanpakken van problemen in de rest…
ontzetten, ontwrichten {ww.}
ontzetten
ontwrichten {ww.}

ik ontwricht
jij ontwricht
hij/zij/het ontwricht

ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten

ontzetten {ww.}
ontzetten {ww.}

ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet

ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten

ontzetten {ww.}
ontzetten {ww.}

ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet

ik ontzet
jij ontzet
hij/zij/het ontzet
» meer vervoegingen van ontzetten