Vertaling van verschalken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
verschalken, te slim af zijn {ww.}
verschalken
te slim af zijn {ww.}
te slim af zijn {ww.}
ik verschalk
jij verschalkt
hij/zij/het verschalkt
ik verschalk
jij verschalkt
hij/zij/het verschalkt
» meer vervoegingen van verschalken
verschalken {ww.}
verschalken {ww.}
ik verschalk
jij verschalkt
hij/zij/het verschalkt
ik verschalk
jij verschalkt
hij/zij/het verschalkt
» meer vervoegingen van verschalken
opeten, verschalken, verorberen, opvreten {ww.}
opeten
verschalken
verorberen
opvreten {ww.}
verschalken
verorberen
opvreten {ww.}
ik eet op
jij eet op
hij/zij/het eet op
ik eet op
jij eet op
hij/zij/het eet op
» meer vervoegingen van opeten
Ik wil het opeten.
Ik wil het opeten.
Je moet het niet opeten.
Je moet het niet opeten.