Vertaling van verwisselen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
verwisselen, van zijn stuk brengen, verwarren, dooreenhalen {ww.}
verwisselen
van zijn stuk brengen
verwarren
dooreenhalen {ww.}
van zijn stuk brengen
verwarren
dooreenhalen {ww.}
ik verwar
jij verwart
hij/zij/het verwart
ik verwissel
jij verwisselt
hij/zij/het verwisselt
» meer vervoegingen van verwisselen
verwisselen, verruilen {ww.}
verwisselen
verruilen {ww.}
verruilen {ww.}
ik verruil
jij verruilt
hij/zij/het verruilt
ik verwissel
jij verwisselt
hij/zij/het verwisselt
» meer vervoegingen van verwisselen
verwisselen, verwarren, dooreenhaspelen {ww.}
verwisselen
verwarren
dooreenhaspelen {ww.}
verwarren
dooreenhaspelen {ww.}
ik haspel dooreen
jij haspelt dooreen
hij/zij/het haspelt dooreen
ik verwissel
jij verwisselt
hij/zij/het verwisselt
» meer vervoegingen van verwisselen
met elkaar verwarren, verwisselen, verwarren {ww.}
met elkaar verwarren
verwisselen
verwarren {ww.}
verwisselen
verwarren {ww.}
ik verwar
jij verwart
hij/zij/het verwart
ik verwissel
jij verwisselt
hij/zij/het verwisselt
» meer vervoegingen van verwisselen