Vertaling van verwarren
ik verwar
jij verwart
hij/zij/het verwart
ik verwar
jij verwart
hij/zij/het verwart
» meer vervoegingen van verwarren
verstrikken
verwarren
betrekken {ww.}
ik betrek
jij betrekt
hij/zij/het betrekt
ik verwikkel
jij verwikkelt
hij/zij/het verwikkelt
» meer vervoegingen van verwikkelen
van zijn stuk brengen
verwarren
dooreenhalen {ww.}
ik verwar
jij verwart
hij/zij/het verwart
ik verwissel
jij verwisselt
hij/zij/het verwisselt
» meer vervoegingen van verwisselen
verwisselen
verwarren {ww.}
ik verwar
jij verwart
hij/zij/het verwart
ik verwissel
jij verwisselt
hij/zij/het verwisselt
» meer vervoegingen van verwisselen
mengen
verwarren
vermengen
temperen
mixen {ww.}
ik meng
jij mengt
hij/zij/het mengt
ik was
jij wast
hij/zij/het wast
» meer vervoegingen van wassen
verwarren {ww.}
ik ontwapen
jij ontwapent
hij/zij/het ontwapent
ik ontwapen
jij ontwapent
hij/zij/het ontwapent
» meer vervoegingen van ontwapenen
verwarren
dooreenhaspelen {ww.}
ik haspel dooreen
jij haspelt dooreen
hij/zij/het haspelt dooreen
ik verwissel
jij verwisselt
hij/zij/het verwisselt
» meer vervoegingen van verwisselen