Vertaling van temperen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
opvangen, temperen, matigen {ww.}
opvangen
temperen
matigen {ww.}

ik matig
jij matigt
hij/zij/het matigt

ik vang op
jij vangt op
hij/zij/het vangt op
» meer vervoegingen van opvangen

stalen, harden, temperen {ww.}
stalen
harden
temperen {ww.}

ik hard
jij hardt
hij/zij/het hardt

ik staal
jij staalt
hij/zij/het staalt
» meer vervoegingen van stalen

Ze stalen mijn fles wijn!
Ze stalen mijn fles wijn!
's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
wassen, mengen, verwarren, vermengen, temperen, mixen {ww.}
wassen
mengen
verwarren
vermengen
temperen
mixen {ww.}

ik meng
jij mengt
hij/zij/het mengt

ik was
jij wast
hij/zij/het wast
» meer vervoegingen van wassen

Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
Ik ga mijn auto wassen.
Ik ga mijn auto wassen.
adouceren, temperen {ww.}
adouceren
temperen {ww.}

ik temper
jij tempert
hij/zij/het tempert

ik temper
jij tempert
hij/zij/het tempert
» meer vervoegingen van temperen



Gerelateerd aan temperen

opvangen - matigen - stalen - harden - wassen - mengen - verwarren - vermengen - mixen - adoucerenreduceren