Vertaling van vijlen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
Vijlen {eigenn.}
Vijlen {eigenn.}
vijlen {ww.}
vijlen {ww.}
ik vijl
jij vijlt
hij/zij/het vijlt
ik vijl
jij vijlt
hij/zij/het vijlt
» meer vervoegingen van vijlen
vijlen {ww.}
vijlen {ww.}
ik vijl
jij vijlt
hij/zij/het vijlt
ik vijl
jij vijlt
hij/zij/het vijlt
» meer vervoegingen van vijlen
vijlen, dokteren {ww.}
vijlen
dokteren {ww.}
dokteren {ww.}
ik dokter
jij doktert
hij/zij/het doktert
ik vijl
jij vijlt
hij/zij/het vijlt
» meer vervoegingen van vijlen
vijl (mv. vijlen) {zn.}
vijl (mv. vijlen) {zn.}
vijl {zn.}
vijl {zn.}