Vertaling van visite
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bezoek , visite {zn.}
bezoek
visite {zn.}
visite {zn.}
Visite brengt steeds vreugde aan; is 't niet bij het komen, dan bij het gaan.
Visite brengt steeds vreugde aan; is 't niet bij het komen, dan bij het gaan.
Ik ben bij Dan op bezoek geweest.
Ik ben bij Dan op bezoek geweest.
visite , doktersvisite {zn.}
visite
doktersvisite {zn.}
doktersvisite {zn.}
bezoek , visite {zn.}
bezoek
visite {zn.}
visite {zn.}
Ik bezoek hem om de twee dagen.
Ik bezoek hem om de twee dagen.
Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.
Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.
volk , bezoek , visite {zn.}
volk
bezoek
visite {zn.}
bezoek
visite {zn.}
Wij zijn het volk.
Wij zijn het volk.
Religie is het opium van het volk.
Religie is het opium van het volk.