Vertaling van voorspellen
ik voorspel
jij voorspelt
hij/zij/het voorspelt
ik voorspel
jij voorspelt
hij/zij/het voorspelt
» meer vervoegingen van voorspellen
ik voorspel
jij voorspelt
hij/zij/het voorspelt
ik voorspel
jij voorspelt
hij/zij/het voorspelt
» meer vervoegingen van voorspellen
ik voorspel
jij voorspelt
hij/zij/het voorspelt
ik voorspel
jij voorspelt
hij/zij/het voorspelt
» meer vervoegingen van voorspellen
profeteren
voorzeggen
orakelen {ww.}
ik orakel
jij orakelt
hij/zij/het orakelt
ik voorspel
jij voorspelt
hij/zij/het voorspelt
» meer vervoegingen van voorspellen
voorspellen
voorzeggen
beduiden {ww.}
ik beduid
jij beduidt
hij/zij/het beduidt
ik waarzeg
jij waarzegt
hij/zij/het waarzegt
» meer vervoegingen van waarzeggen
voorspellen {ww.}
ik beloof
jij belooft
hij/zij/het belooft
ik beloof
jij belooft
hij/zij/het belooft
» meer vervoegingen van beloven