Vertaling van wapen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
wapen, wapenschild, blazoen [o] {zn.}
wapen
wapenschild
blazoen [o] {zn.}
wapen {zn.}
wapen {zn.}
wapen {zn.}
wapen {zn.}
insigne, wapen, blazoen [o] {zn.}
insigne
wapen
blazoen [o] {zn.}
wapen {zn.}
wapen {zn.}
wapenen, bewapenen {ww.}
wapenen
bewapenen {ww.}

ik bewapen
jij bewapent
hij/zij/het bewapent

ik wapen
jij wapent
hij/zij/het wapent
» meer vervoegingen van wapenen

strijdmiddel [o] (het ~), wapen [o] (het ~) {zn.}
strijdmiddel [o] (het ~)
wapen [o] (het ~) {zn.}
schild, wapen [o] (het ~), wapenschild [o] (het ~), blazoen [o] (het ~), wapenbord {zn.}
schild
wapen [o] (het ~)
wapenschild [o] (het ~)
blazoen [o] (het ~)
wapenbord {zn.}
Het leger gebruikt burgers als menselijk schild.
Het leger gebruikt burgers als menselijk schild.
harden, wapenen, pantseren {ww.}
harden
wapenen
pantseren {ww.}

ik hard
jij hardt
hij/zij/het hardt

ik hard
jij hardt
hij/zij/het hardt
» meer vervoegingen van harden

's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
bewapenen, wapenen {ww.}
bewapenen
wapenen {ww.}

ik bewapen
jij bewapent
hij/zij/het bewapent

ik bewapen
jij bewapent
hij/zij/het bewapent
» meer vervoegingen van bewapenen

wapenen, rusten {ww.}
wapenen
rusten {ww.}

ik rust
jij rust
hij/zij/het rust

ik wapen
jij wapent
hij/zij/het wapent
» meer vervoegingen van wapenen