Vertaling van werkelijkheid
realiteit {zn.}
realiteit
wezenlijkheid
wezenheid {zn.}
realiteit {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
De droom is werkelijkheid geworden.
De droom is werkelijkheid geworden.
In feite, in werkelijkheid
In feite, in werkelijkheid
De werkelijkheid heeft één probleem: ze is altijd waar.
De werkelijkheid heeft één probleem: ze is altijd waar.
Zij zijn ongetwijfeld mensen niet in werkelijkheid maar door de naam
Zij zijn ongetwijfeld mensen niet in werkelijkheid maar door de naam
Je leert niet voor school, maar voor het leven" (Seneca, die in werkelijkheid het omgekeerde zei: Non vitae sed scholae discimus, "De jeugd doet niet zijn best voor de toekomst maar alleen omdat de leraar het van hem vraagt
Je leert niet voor school, maar voor het leven" (Seneca, die in werkelijkheid het omgekeerde zei: Non vitae sed scholae discimus, "De jeugd doet niet zijn best voor de toekomst maar alleen omdat de leraar het van hem vraagt