Vertaling van werkelijkheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
werkelijkheid, realiteit {zn.}
werkelijkheid
realiteit {zn.}
Realiteit en fantasie zijn moeilijk te onderscheiden.
Realiteit en fantasie zijn moeilijk te onderscheiden.
De droom is werkelijkheid geworden.
De droom is werkelijkheid geworden.
werkelijkheid [v], realiteit [v], wezenlijkheid [v], wezenheid [v] {zn.}
werkelijkheid [v]
realiteit [v]
wezenlijkheid [v]
wezenheid [v] {zn.}
Fictieromans verkopen beter dan realiteit. In feite verkoopt realiteit helemaal niet.
Fictieromans verkopen beter dan realiteit. In feite verkoopt realiteit helemaal niet.
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
werkelijkheid [v] (de ~), realiteit [v] (de ~) {zn.}
werkelijkheid [v] (de ~)
realiteit [v] (de ~) {zn.}
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?
Kan je fantasie en realiteit niet van elkaar scheiden?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

De droom is werkelijkheid geworden.

De droom is werkelijkheid geworden.

In feite, in werkelijkheid

In feite, in werkelijkheid

De werkelijkheid heeft één probleem: ze is altijd waar.

De werkelijkheid heeft één probleem: ze is altijd waar.

Zij zijn ongetwijfeld mensen niet in werkelijkheid maar door de naam

Zij zijn ongetwijfeld mensen niet in werkelijkheid maar door de naam

Je leert niet voor school, maar voor het leven" (Seneca, die in werkelijkheid het omgekeerde zei: Non vitae sed scholae discimus, "De jeugd doet niet zijn best voor de toekomst maar alleen omdat de leraar het van hem vraagt

Je leert niet voor school, maar voor het leven" (Seneca, die in werkelijkheid het omgekeerde zei: Non vitae sed scholae discimus, "De jeugd doet niet zijn best voor de toekomst maar alleen omdat de leraar het van hem vraagt


Gerelateerd aan werkelijkheid

realiteit - wezenlijkheid - wezenheidtoestand