Vertaling van witten
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
Witten {eigenn.}
Witten {eigenn.}
witten, witwassen {ww.}
witten
witwassen {ww.}
witwassen {ww.}
ik wit
ik witte
jij wit
ik wit
ik witte
jij wit
» meer vervoegingen van witten
pleisteren, witten, kalken {ww.}
pleisteren
witten
kalken {ww.}
witten
kalken {ww.}
ik kalk
ik kalkte
jij kalkt
ik pleister
ik pleisterde
jij pleistert
» meer vervoegingen van pleisteren
wit maken, witten, bleken {ww.}
wit maken
witten
bleken {ww.}
witten
bleken {ww.}
ik bleek
ik bleekte
jij bleekt
ik wit
ik witte
jij wit
» meer vervoegingen van witten
witten {ww.}
witten {ww.}
ik wit
ik witte
jij wit
ik wit
ik witte
jij wit
» meer vervoegingen van witten