Vertaling van afgelopen

Inhoud:

Nederlands
Portugees
afgelopen, laatstleden, verleden, verschenen, vervlogen, voorbij {bn.}
passado
af, afgelopen, gereed, klaar {bn.}
disposto
prestes
pronto
aflopen, eindigen, ophouden, uitgaan, uitlopen, uitraken, verlopen {ww.}
terminar
acabar
aflopen, beieren, galmen, kleppen, luiden, schalmen, overgaan {ww.}
vibrar
soar
afleggen, aflopen, doorgaan, gaan door {ww.}
percorrer
atravessar


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Portugees

Morgen is de conferentie afgelopen.

A conferência acabará amanhã.

Waarom belde je me niet afgelopen nacht?

Por que você não me ligou ontem à noite?

Wat heb je afgelopen nacht gedaan?

O que você fez noite passada?

Zijn oudere zus is afgelopen maand getrouwd.

A irmã mais velha dela casou-se o mês passado.

Hij verbleef de afgelopen vijf dagen in dat hotel.

Ele esteve hospedado no hotel nos últimos cinco dias.


Gerelateerd aan afgelopen

laatstleden - verleden - verschenen - vervlogen - voorbij - af - gereed - klaar - aflopen - eindigen - ophouden - uitgaan - uitlopen - uitraken - verlopen