Vertaling van envolver

Inhoud:

Portugees
Nederlands
envolver {ww.}
toestoppen
inwikkelen
hullen
omhullen
woelen
enfaixar, enrolar, envolver, pensar, vendar {ww.}
inzwachtelen
baken 
inbakeren
omwikkelen
enredar, envolver, implicar {ww.}
verwarren
betrekken 
verstrikken
verwikkelen

Gerelateerd aan envolver

enfaixar - enrolar - pensar - vendar - enredar - implicar