Vertaling van implicar

Inhoud:

Portugees
Nederlands
abranger, compreender, implicar {ww.}
impliceren
insluiten
enredar, envolver, implicar {ww.}
verwarren
betrekken 
verstrikken
verwikkelen
arrastar, levar consigo, implicar, acarretar {ww.}
meezeulen
meeslepen
meesleuren
ten gevolge hebben

Gerelateerd aan implicar

abranger - compreender - enredar - envolver - arrastar - levar consigo - acarretar