Vertaling van pensar

Inhoud:

Portugees
Nederlands
pensar, vendar {ww.}
omzwachtelen
zwachtelen
inzwachtelen
verbinden 
pensar, refletir {ww.}
nadenken 
zinnen op
zinnen
wikken
overdenken
bedenken 
Você devia sempre pensar antes de falar.
Ge moet altijd nadenken alvorens te spreken.
aplicar curativo, pensar {ww.}
verzorgen van een wond
een verband omleggen
enfaixar, enrolar, envolver, pensar, vendar {ww.}
omwikkelen
inbakeren
inzwachtelen
baken 
conjeturar, fazer de conta, supor, crer, pensar, admitir {ww.}
veronderstellen
vermoeden
menen
stellen
aannemen 
achar, julgar, pensar {ww.}
denken
Não consigo pensar de outra maneira.
Ik kan niet anders denken.

Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Consegue pensar em algo melhor?

Weet gij iets beters?

Não consigo pensar de outra maneira.

Ik kan niet anders denken.

Você devia sempre pensar antes de falar.

Ge moet altijd nadenken alvorens te spreken.

Vamos pensar no pior que pode acontecer.

Laten we eens kijken wat er kan gebeuren in het ergste geval.