Vervoeging van bespiegelen

Onbepaalde wijs (infinitief): bespiegelen

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik bespiegel
    • jij bespiegelt
    • hij/zij/het bespiegelt
    • wij bespiegelen
    • jullie bespiegelen
    • zij bespiegelen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik bespiegelde
    • jij bespiegelde
    • hij/zij/het bespiegelde
    • wij bespiegelden
    • jullie bespiegelden
    • zij bespiegelden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb bespiegeld
    • jij hebt bespiegeld
    • hij/zij/het heeft bespiegeld
    • wij hebben bespiegeld
    • jullie hebben bespiegeld
    • zij hebben bespiegeld
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had bespiegeld
    • jij had bespiegeld
    • hij/zij/het had bespiegeld
    • wij hadden bespiegeld
    • jullie hadden bespiegeld
    • zij hadden bespiegeld
  • Toekomende tijd I

    • ik zal bespiegelen
    • jij zult bespiegelen
    • hij/zij/het zal bespiegelen
    • wij zullen bespiegelen
    • jullie zullen bespiegelen
    • zij zullen bespiegelen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal bespiegeld hebben
    • jij zult bespiegeld hebben
    • hij/zij/het zal bespiegeld hebben
    • wij zullen bespiegeld hebben
    • jullie zullen bespiegeld hebben
    • zij zullen bespiegeld hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou bespiegelen
    • jij zou bespiegelen
    • hij/zij/het zou bespiegelen
    • wij zouden bespiegelen
    • jullie zouden bespiegelen
    • zij zouden bespiegelen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben bespiegeld
    • jij zou hebben bespiegeld
    • hij/zij/het zou hebben bespiegeld
    • wij zouden hebben bespiegeld
    • jullie zouden hebben bespiegeld
    • zij zouden hebben bespiegeld
  • Imperatief

    • jij bespiegel
    • jullie bespiegelt

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van bespiegelen