Vervoeging van draaien


Nederlands

Spaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik draai
  • jij draait
  • hij/zij/het draait
  • wij draaien
  • jullie draaien
  • zij draaien

Indicativo presente

  • yo afecto
  • afectas
  • él/ella afecta
  • nosotros afectamos
  • vosotros afectáis
  • ellos/ellas afectan

Onvoltooid verleden tijd

  • ik draaide
  • jij draaide
  • hij/zij/het draaide
  • wij draaiden
  • jullie draaiden
  • zij draaiden

Indefinido

  • yo afecté
  • afectaste
  • él/ella afectó
  • nosotros afectamos
  • vosotros afectasteis
  • ellos/ellas afectaron

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb gedraaid
  • jij hebt gedraaid
  • hij/zij/het heeft gedraaid
  • wij hebben gedraaid
  • jullie hebben gedraaid
  • zij hebben gedraaid

Pretérito perfecto compuesto

  • yo he afectado
  • has afectado
  • él/ella ha afectado
  • nosotros hemos afectado
  • vosotros habéis afectado
  • ellos/ellas han afectado

Voltooid verleden tijd

  • ik had gedraaid
  • jij had gedraaid
  • hij/zij/het had gedraaid
  • wij hadden gedraaid
  • jullie hadden gedraaid
  • zij hadden gedraaid

Pluscuamperfecto

  • yo había afectado
  • habías afectado
  • él/ella había afectado
  • nosotros habíamos afectado
  • vosotros habíais afectado
  • ellos/ellas habían afectado

Toekomende tijd I

  • ik zal draaien
  • jij zult draaien
  • hij/zij/het zal draaien
  • wij zullen draaien
  • jullie zullen draaien
  • zij zullen draaien

Futuro I

  • yo afectaré
  • afectarás
  • él/ella afectará
  • nosotros afectaremos
  • vosotros afectaréis
  • ellos/ellas afectarán

Toekomende tijd II

  • ik zal gedraaid hebben
  • jij zult gedraaid hebben
  • hij/zij/het zal gedraaid hebben
  • wij zullen gedraaid hebben
  • jullie zullen gedraaid hebben
  • zij zullen gedraaid hebben

Futuro perfecto

  • yo habré afectado
  • habrás afectado
  • él/ella habrá afectado
  • nosotros habremos afectado
  • vosotros habréis afectado
  • ellos/ellas habrán afectado

Conditionalis I

  • ik zou draaien
  • jij zou draaien
  • hij/zij/het zou draaien
  • wij zouden draaien
  • jullie zouden draaien
  • zij zouden draaien

Condicional

  • yo afectaría
  • afectarías
  • él/ella afectaría
  • nosotros afectaríamos
  • vosotros afectaríais
  • ellos/ellas afectarían

Conditionalis II

  • ik zou hebben gedraaid
  • jij zou hebben gedraaid
  • hij/zij/het zou hebben gedraaid
  • wij zouden hebben gedraaid
  • jullie zouden hebben gedraaid
  • zij zouden hebben gedraaid

Condicional perfecto

  • yo habría afectado
  • habrías afectado
  • él/ella habría afectado
  • nosotros habríamos afectado
  • vosotros habríais afectado
  • ellos/ellas habrían afectado

Imperatief

  • jij draai
  • jullie draait

Imperativo presente

  • afecta
  • vosotros afectad

Verwijzingen

Bekijk 11 definitie(s) van draaien