Vervoeging van fork

Engels

Nederlands

Present

  • he/she/it forks
  • they fork

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het takt af
  • zij takken af

Simple past

  • he/she/it forked
  • they forked

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het takte af
  • zij takten af

Present perfect

  • he/she/it has forked
  • they have forked

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft afgetakt
  • zij hebben afgetakt

Past perfect

  • he/she/it had forked
  • they had forked

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had afgetakt
  • zij hadden afgetakt

Future

  • he/she/it will fork
  • they will fork

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal aftakken
  • zij zult aftakken

Future perfect

  • he/she/it will have forked
  • they will have forked

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal afgetakt hebben
  • zij zult afgetakt hebben

Conditional present

  • he/she/it would fork
  • they would fork

Conditionalis I

  • hij/zij/het zal aftakken
  • zij zullen aftakken

Conditional perfect

  • he/she/it would have forked
  • they would have forked

Conditionalis II

  • hij/zij/het zal hebben afgetakt
  • zij zullen hebben afgetakt

Verwijzingen

Bekijk 5 definitie(s) van fork