Vervoeging van hedge

Engels

Nederlands

Present

  • I hedge
  • you hedge
  • he/she/it hedges
  • we hedge
  • you hedge
  • they hedge

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik omzeil
  • jij omzeilt
  • hij/zij/het omzeilt
  • wij omzeilen
  • jullie omzeilen
  • zij omzeilen

Simple past

  • I hedged
  • you hedged
  • he/she/it hedged
  • we hedged
  • you hedged
  • they hedged

Onvoltooid verleden tijd

  • ik omzeilde
  • jij omzeilde
  • hij/zij/het omzeilde
  • wij omzeilden
  • jullie omzeilden
  • zij omzeilden

Present perfect

  • I have hedged
  • you have hedged
  • he/she/it has hedged
  • we have hedged
  • you have hedged
  • they have hedged

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb omzeild
  • jij hebt omzeild
  • hij/zij/het heeft omzeild
  • wij hebben omzeild
  • jullie hebben omzeild
  • zij hebben omzeild

Past perfect

  • I had hedged
  • you had hedged
  • he/she/it had hedged
  • we had hedged
  • you had hedged
  • they had hedged

Voltooid verleden tijd

  • ik had omzeild
  • jij had omzeild
  • hij/zij/het had omzeild
  • wij hadden omzeild
  • jullie hadden omzeild
  • zij hadden omzeild

Future

  • I will hedge
  • you will hedge
  • he/she/it will hedge
  • we will hedge
  • you will hedge
  • they will hedge

Toekomende tijd I

  • ik zal omzeilen
  • jij zult omzeilen
  • hij/zij/het zal omzeilen
  • wij zullen omzeilen
  • jullie zullen omzeilen
  • zij zullen omzeilen

Future perfect

  • I will have hedged
  • you will have hedged
  • he/she/it will have hedged
  • we will have hedged
  • you will have hedged
  • they will have hedged

Toekomende tijd II

  • ik zal omzeild hebben
  • jij zult omzeild hebben
  • hij/zij/het zal omzeild hebben
  • wij zullen omzeild hebben
  • jullie zullen omzeild hebben
  • zij zullen omzeild hebben

Conditional present

  • I would hedge
  • you would hedge
  • he/she/it would hedge
  • we would hedge
  • you would hedge
  • they would hedge

Conditionalis I

  • ik zou omzeilen
  • jij zou omzeilen
  • hij/zij/het zou omzeilen
  • wij zouden omzeilen
  • jullie zouden omzeilen
  • zij zouden omzeilen

Conditional perfect

  • I would have hedged
  • you would have hedged
  • he/she/it would have hedged
  • we would have hedged
  • you would have hedged
  • they would have hedged

Conditionalis II

  • ik zou hebben omzeild
  • jij zou hebben omzeild
  • hij/zij/het zou hebben omzeild
  • wij zouden hebben omzeild
  • jullie zouden hebben omzeild
  • zij zouden hebben omzeild

Imperative

  • you hedge
  • you hedge

Imperatief

  • jij omzeil
  • jullie omzeilt

Verwijzingen

Bekijk 6 definitie(s) van hedge