Vervoeging van infuse


Engels

Nederlands

Present

  • I infuse
  • you infuse
  • he/she/it infuses
  • we infuse
  • you infuse
  • they infuse

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik wel
  • jij welt
  • hij/zij/het welt
  • wij wellen
  • jullie wellen
  • zij wellen

Simple past

  • I infused
  • you infused
  • he/she/it infused
  • we infused
  • you infused
  • they infused

Onvoltooid verleden tijd

  • ik welde
  • jij welde
  • hij/zij/het welde
  • wij welden
  • jullie welden
  • zij welden

Present perfect

  • I have infused
  • you have infused
  • he/she/it has infused
  • we have infused
  • you have infused
  • they have infused

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb geweld
  • jij hebt geweld
  • hij/zij/het heeft geweld
  • wij hebben geweld
  • jullie hebben geweld
  • zij hebben geweld

Past perfect

  • I had infused
  • you had infused
  • he/she/it had infused
  • we had infused
  • you had infused
  • they had infused

Voltooid verleden tijd

  • ik had geweld
  • jij had geweld
  • hij/zij/het had geweld
  • wij hadden geweld
  • jullie hadden geweld
  • zij hadden geweld

Future

  • I will infuse
  • you will infuse
  • he/she/it will infuse
  • we will infuse
  • you will infuse
  • they will infuse

Toekomende tijd I

  • ik zal wellen
  • jij zult wellen
  • hij/zij/het zal wellen
  • wij zullen wellen
  • jullie zullen wellen
  • zij zullen wellen

Future perfect

  • I will have infused
  • you will have infused
  • he/she/it will have infused
  • we will have infused
  • you will have infused
  • they will have infused

Toekomende tijd II

  • ik zal geweld hebben
  • jij zult geweld hebben
  • hij/zij/het zal geweld hebben
  • wij zullen geweld hebben
  • jullie zullen geweld hebben
  • zij zullen geweld hebben

Conditional present

  • I would infuse
  • you would infuse
  • he/she/it would infuse
  • we would infuse
  • you would infuse
  • they would infuse

Conditionalis I

  • ik zou wellen
  • jij zou wellen
  • hij/zij/het zou wellen
  • wij zouden wellen
  • jullie zouden wellen
  • zij zouden wellen

Conditional perfect

  • I would have infused
  • you would have infused
  • he/she/it would have infused
  • we would have infused
  • you would have infused
  • they would have infused

Conditionalis II

  • ik zou hebben geweld
  • jij zou hebben geweld
  • hij/zij/het zou hebben geweld
  • wij zouden hebben geweld
  • jullie zouden hebben geweld
  • zij zouden hebben geweld

Imperative

  • you infuse
  • you infuse

Imperatief

  • jij wel
  • jullie welt

Verwijzingen

Bekijk 8 definitie(s) van infuse