Vervoeging van plegen


Nederlands

Spaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik pleeg
  • jij pleegt
  • hij/zij/het pleegt
  • wij plegen
  • jullie plegen
  • zij plegen

Indicativo presente

  • yo suelo
  • sueles
  • él/ella suele
  • nosotros solemos
  • vosotros soléis
  • ellos/ellas suelen

Onvoltooid verleden tijd

  • ik pleegde
  • jij pleegde
  • hij/zij/het pleegde
  • wij pleegden
  • jullie pleegden
  • zij pleegden

Indefinido

  • yo solí
  • soliste
  • él/ella solió
  • nosotros solimos
  • vosotros solisteis
  • ellos/ellas solieron

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van plegen