Vervoeging van veroveren

Vertaling: conquistar


Nederlands

Spaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik verover
  • jij verovert
  • hij/zij/het verovert
  • wij veroveren
  • jullie veroveren
  • zij veroveren

Indicativo presente

  • yo conquisto
  • conquistas
  • él/ella conquista
  • nosotros conquistamos
  • vosotros conquistáis
  • ellos/ellas conquistan

Onvoltooid verleden tijd

  • ik veroverde
  • jij veroverde
  • hij/zij/het veroverde
  • wij veroverden
  • jullie veroverden
  • zij veroverden

Indefinido

  • yo conquisté
  • conquistaste
  • él/ella conquistó
  • nosotros conquistamos
  • vosotros conquistasteis
  • ellos/ellas conquistaron

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb veroverd
  • jij hebt veroverd
  • hij/zij/het heeft veroverd
  • wij hebben veroverd
  • jullie hebben veroverd
  • zij hebben veroverd

Pretérito perfecto compuesto

  • yo he conquistado
  • has conquistado
  • él/ella ha conquistado
  • nosotros hemos conquistado
  • vosotros habéis conquistado
  • ellos/ellas han conquistado

Voltooid verleden tijd

  • ik had veroverd
  • jij had veroverd
  • hij/zij/het had veroverd
  • wij hadden veroverd
  • jullie hadden veroverd
  • zij hadden veroverd

Pluscuamperfecto

  • yo había conquistado
  • habías conquistado
  • él/ella había conquistado
  • nosotros habíamos conquistado
  • vosotros habíais conquistado
  • ellos/ellas habían conquistado

Toekomende tijd I

  • ik zal veroveren
  • jij zult veroveren
  • hij/zij/het zal veroveren
  • wij zullen veroveren
  • jullie zullen veroveren
  • zij zullen veroveren

Futuro I

  • yo conquistaré
  • conquistarás
  • él/ella conquistará
  • nosotros conquistaremos
  • vosotros conquistaréis
  • ellos/ellas conquistarán

Toekomende tijd II

  • ik zal veroverd hebben
  • jij zult veroverd hebben
  • hij/zij/het zal veroverd hebben
  • wij zullen veroverd hebben
  • jullie zullen veroverd hebben
  • zij zullen veroverd hebben

Futuro perfecto

  • yo habré conquistado
  • habrás conquistado
  • él/ella habrá conquistado
  • nosotros habremos conquistado
  • vosotros habréis conquistado
  • ellos/ellas habrán conquistado

Conditionalis I

  • ik zou veroveren
  • jij zou veroveren
  • hij/zij/het zou veroveren
  • wij zouden veroveren
  • jullie zouden veroveren
  • zij zouden veroveren

Condicional

  • yo conquistaría
  • conquistarías
  • él/ella conquistaría
  • nosotros conquistaríamos
  • vosotros conquistaríais
  • ellos/ellas conquistarían

Conditionalis II

  • ik zou hebben veroverd
  • jij zou hebben veroverd
  • hij/zij/het zou hebben veroverd
  • wij zouden hebben veroverd
  • jullie zouden hebben veroverd
  • zij zouden hebben veroverd

Condicional perfecto

  • yo habría conquistado
  • habrías conquistado
  • él/ella habría conquistado
  • nosotros habríamos conquistado
  • vosotros habríais conquistado
  • ellos/ellas habrían conquistado

Imperatief

  • jij verover
  • jullie verovert

Imperativo presente

  • conquista
  • vosotros conquistad