Vervoeging van veroveren

Vertaling: conquistare


Nederlands

Italiaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik verover
  • jij verovert
  • hij/zij/het verovert
  • wij veroveren
  • jullie veroveren
  • zij veroveren

Presente

  • io conquisto
  • tu conquisti
  • lui/lei/Lei conquista
  • noi conquistiamo
  • voi/Voi conquistate
  • loro/Loro conquistano

Onvoltooid verleden tijd

  • ik veroverde
  • jij veroverde
  • hij/zij/het veroverde
  • wij veroverden
  • jullie veroverden
  • zij veroverden

Imperfetto

  • io conquistavo
  • tu conquistavi
  • lui/lei/Lei conquistava
  • noi conquistavamo
  • voi/Voi conquistavate
  • loro/Loro conquistavano

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb veroverd
  • jij hebt veroverd
  • hij/zij/het heeft veroverd
  • wij hebben veroverd
  • jullie hebben veroverd
  • zij hebben veroverd

Passato prossimo

  • io ho conquistato
  • tu hai conquistato
  • lui/lei/Lei ha conquistato
  • noi abbiamo conquistato
  • voi/Voi avete conquistato
  • loro/Loro hanno conquistato

Voltooid verleden tijd

  • ik had veroverd
  • jij had veroverd
  • hij/zij/het had veroverd
  • wij hadden veroverd
  • jullie hadden veroverd
  • zij hadden veroverd

Trapassato prossimo

  • io avevo conquistato
  • tu avevi conquistato
  • lui/lei/Lei aveva conquistato
  • noi avevamo conquistato
  • voi/Voi avevate conquistato
  • loro/Loro avevano conquistato

Toekomende tijd I

  • ik zal veroveren
  • jij zult veroveren
  • hij/zij/het zal veroveren
  • wij zullen veroveren
  • jullie zullen veroveren
  • zij zullen veroveren

Futuro semplice

  • io conquisterò
  • tu conquisterai
  • lui/lei/Lei conquisterà
  • noi conquisteremo
  • voi/Voi conquisterete
  • loro/Loro conquisteranno

Toekomende tijd II

  • ik zal veroverd hebben
  • jij zult veroverd hebben
  • hij/zij/het zal veroverd hebben
  • wij zullen veroverd hebben
  • jullie zullen veroverd hebben
  • zij zullen veroverd hebben

Futuro anteriore

  • io avrò conquistato
  • tu avrai conquistato
  • lui/lei/Lei avrà conquistato
  • noi avremo conquistato
  • voi/Voi avrete conquistato
  • loro/Loro avranno conquistato

Conditionalis I

  • ik zou veroveren
  • jij zou veroveren
  • hij/zij/het zou veroveren
  • wij zouden veroveren
  • jullie zouden veroveren
  • zij zouden veroveren

Condizionale presente

  • io conquisterei
  • tu conquisteresti
  • lui/lei/Lei conquisterebbe
  • noi conquisteremmo
  • voi/Voi conquistereste
  • loro/Loro conquisterebbero

Conditionalis II

  • ik zou hebben veroverd
  • jij zou hebben veroverd
  • hij/zij/het zou hebben veroverd
  • wij zouden hebben veroverd
  • jullie zouden hebben veroverd
  • zij zouden hebben veroverd

Condizionale passato

  • io avrei conquistato
  • tu avresti conquistato
  • lui/lei/Lei avrebbe conquistato
  • noi avremmo conquistato
  • voi/Voi avreste conquistato
  • loro/Loro avrebbero conquistato

Imperatief

  • jij verover
  • jullie verovert

Imperativo

  • tu conquista
  • voi/Voi conquistate