Vervoeging van verzinnelijken

Onbepaalde wijs (infinitief): verzinnelijken

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik verzinnelijk
    • jij verzinnelijkt
    • hij/zij/het verzinnelijkt
    • wij verzinnelijken
    • jullie verzinnelijken
    • zij verzinnelijken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik verzinnelijkte
    • jij verzinnelijkte
    • hij/zij/het verzinnelijkte
    • wij verzinnelijkten
    • jullie verzinnelijkten
    • zij verzinnelijkten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb verzinnelijkt
    • jij hebt verzinnelijkt
    • hij/zij/het heeft verzinnelijkt
    • wij hebben verzinnelijkt
    • jullie hebben verzinnelijkt
    • zij hebben verzinnelijkt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had verzinnelijkt
    • jij had verzinnelijkt
    • hij/zij/het had verzinnelijkt
    • wij hadden verzinnelijkt
    • jullie hadden verzinnelijkt
    • zij hadden verzinnelijkt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal verzinnelijken
    • jij zult verzinnelijken
    • hij/zij/het zal verzinnelijken
    • wij zullen verzinnelijken
    • jullie zullen verzinnelijken
    • zij zullen verzinnelijken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal verzinnelijkt hebben
    • jij zult verzinnelijkt hebben
    • hij/zij/het zal verzinnelijkt hebben
    • wij zullen verzinnelijkt hebben
    • jullie zullen verzinnelijkt hebben
    • zij zullen verzinnelijkt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou verzinnelijken
    • jij zou verzinnelijken
    • hij/zij/het zou verzinnelijken
    • wij zouden verzinnelijken
    • jullie zouden verzinnelijken
    • zij zouden verzinnelijken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben verzinnelijkt
    • jij zou hebben verzinnelijkt
    • hij/zij/het zou hebben verzinnelijkt
    • wij zouden hebben verzinnelijkt
    • jullie zouden hebben verzinnelijkt
    • zij zouden hebben verzinnelijkt
  • Imperatief

    • jij verzinnelijk
    • jullie verzinnelijkt