Vertaling van verplicht

Nederlands
Engels
bindend, dwingend, gedwongen, verbindend, verplicht, verplichtend {bn.}
compulsory
binding
mandatory 
obligatory
required
requisite
dwingen, noodzaken, verplichten {ww.}
to force 
to compel
to oblige
to constrain 
to necessitate
to mandate 
to require 

ik verplicht
jij verplicht
hij/zij/het verplicht

I force
you force
he/she/it forces
» meer vervoegingen van to force

Gerelateerd aan verplicht

bindend - dwingend - gedwongen - verbindend - verplichtend - dwingen - noodzaken - verplichten