Vertaling van eaten ,

Inhoud:

Engels
Nederlands
to eat, to feed {ww.}
eten 
nuttigen
vreten
gebruiken 
bikken 

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb gegeten
jij hebt gegeten
hij/zij/het heeft gegeten
» meer vervoegingen van eten

Man doesn't eat man.
Mensen eten geen mensen.
I'll eat here.
Ik zal hier eten.
to consume, to deplete, to eat, to eat up, to exhaust, to run through, to use up, to wipe out {ww.}
verbranden
verbruiken

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb verbrand
jij hebt verbrand
hij/zij/het heeft verbrand
» meer vervoegingen van verbranden

to consume, to deplete, to eat, to eat up, to exhaust, to run through, to use up, to wipe out {ww.}
uithollen

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb uitgehold
jij hebt uitgehold
hij/zij/het heeft uitgehold
» meer vervoegingen van uithollen

to corrode, to eat, to rust {ww.}
invreten

he/she/it has eaten
they have eaten
he/she/it had eaten

hij/zij/het heeft ingevreten
zij hebben ingevreten
hij/zij/het had ingevreten
» meer vervoegingen van invreten

to eat {ww.}
uiteten
afeten

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb uitgegeten
jij hebt uitgegeten
hij/zij/het heeft uitgegeten
» meer vervoegingen van uiteten

to eat {ww.}
schaften

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb geschaft
jij hebt geschaft
hij/zij/het heeft geschaft
» meer vervoegingen van schaften

to eat {ww.}
voeden

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb gevoed
jij hebt gevoed
hij/zij/het heeft gevoed
» meer vervoegingen van voeden

to eat, to feed {ww.}
vreten

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb gevreten
jij hebt gevreten
hij/zij/het heeft gevreten
» meer vervoegingen van vreten

to consume, to deplete, to eat, to eat up, to exhaust, to run through, to use up, to wipe out {ww.}
doorrennen

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb doorgerend
jij hebt doorgerend
hij/zij/het heeft doorgerend
» meer vervoegingen van doorrennen

to corrode, to eat, to rust {ww.}
etsen

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb geëtst
jij hebt geëtst
hij/zij/het heeft geëtst
» meer vervoegingen van etsen

to eat, to feed {ww.}
maaltijden
tafelen
eten

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb getafeld
jij hebt getafeld
hij/zij/het heeft getafeld
» meer vervoegingen van tafelen

to corrode, to eat, to rust {ww.}
inbijten
bijten
corroderen
invreten
uitbijten
uitvreten
aanvreten

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb ingebeten
jij hebt ingebeten
hij/zij/het heeft ingebeten
» meer vervoegingen van inbijten

to eat {ww.}
afeten

I have eaten
you have eaten
he/she/it has eaten

ik heb afgegeten
jij hebt afgegeten
hij/zij/het heeft afgegeten
» meer vervoegingen van afeten



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Have you eaten lunch?

Heb je lunch gehad?

I haven't eaten yet.

Ik heb nog niet gegeten.

I've just eaten breakfast.

Ik heb zojuist ontbeten.

I've already eaten breakfast.

Ik heb al ontbeten.

I haven't eaten for days.

Ik heb sinds dagen niet gegeten.

Have you eaten lunch yet?

Heb je al geluncht?

I have just eaten lunch.

Ik heb zojuist geluncht.

Have you ever eaten raw fish?

Heeft u ooit rauwe vis gegeten?

I have not eaten breakfast yet.

Ik heb nog niet ontbeten.

I haven't eaten anything in the past three days.

Ik heb in drie dagen niks meer gegeten.

Apart from some fruit, he hasn't eaten anything.

Naast wat fruit heeft hij niks gegeten.

That octopus returned to the sea without being eaten.

De octopus keerde terug naar de zee, zonder opgegeten te worden.

They are all cannibals here, except me, I'm just being eaten.

Het zijn allemaal kannibalen hier, behalve ik, ik word alleen maar opgegeten.

If you had not eaten so much, you would not be so sleepy now.

Als je niet zoveel had gegeten zou je nu ook niet zo slaperig zijn.

I haven't eaten very much but have gained as much as five kilos in a half year.

Ik heb niet veel gegeten, maar ik ben wel vijf kilo aangekomen binnen een half jaar.


Gerelateerd aan eaten ,

eat - feed - consume - deplete - eat up - exhaust - run through - use up - wipe out - corrode - rustapply - run - harm - complete - lunch - eat - bear on - consume - orient