Vertaling van journeys

Inhoud:

Engels
Nederlands
to travel, to journey, to voyage {ww.}
reizen 

he/she/it journeys

hij/zij/het reist
» meer vervoegingen van reizen

I want to travel with you.
Ik wil met je reizen.
I want to travel around the world.
Ik wil rond de wereld reizen.
to journey, to travel {ww.}
doorreizen

he/she/it journeys

hij/zij/het doorreist
» meer vervoegingen van doorreizen

to journey, to travel {ww.}
trekken

he/she/it journeys

hij/zij/het trekt
» meer vervoegingen van trekken



Gerelateerd aan journeys

travel - journey - voyagecover - jaunt