Vertaling van voyage
Inhoud:
Engels
Nederlands
I voyage
you voyage
we voyage
ik reis
jij reist
wij reizen
» meer vervoegingen van reizen
I want to travel with you.
Ik wil met je reizen.
I want to travel around the world.
Ik wil rond de wereld reizen.
We are planning a trip to New York.
We plannen een trip naar New York.
The crew prepared for the voyage to outer space.
De bemanning bereide zich voor op de reis naar de ruimte.
voyage {zn.}
luchtreis
to navigate, to sail, to voyage {ww.}
bevaren
I voyage
you voyage
we voyage
ik bevaar
jij bevaart
wij bevaren
» meer vervoegingen van bevaren
to navigate, to sail, to voyage {ww.}
doorvaren
I voyage
you voyage
we voyage
ik doorvaar
jij doorvaart
wij doorvaren
» meer vervoegingen van doorvaren
Voorbeelden in zinsverband
Engels
Nederlands
The crew prepared for the voyage to outer space.
De bemanning bereide zich voor op de reis naar de ruimte.
The Titanic sank on her maiden voyage. She was a large ship.
De Titanic zonk tijdens haar maidentrip. Ze was een groot schip.