Vertaling van journey

Inhoud:

Engels
Nederlands
journey, trip, voyage {zn.}
reis 
trip
toer
tocht
We are planning a trip to New York.
We plannen een trip naar New York.
The crew prepared for the voyage to outer space.
De bemanning bereide zich voor op de reis naar de ruimte.
to journey, to travel {ww.}
doorreizen

I journey
you journey
we journey

ik doorreis
jij doorreist
wij doorreizen
» meer vervoegingen van doorreizen

to journey, to travel {ww.}
trekken

I journey
you journey
we journey

ik trek
jij trekt
wij trekken
» meer vervoegingen van trekken

to travel, to journey, to voyage {ww.}
reizen 

I journey
you journey
we journey

ik reis
jij reist
wij reizen
» meer vervoegingen van reizen

I want to travel with you.
Ik wil met je reizen.
I want to travel around the world.
Ik wil rond de wereld reizen.
journey, journeying {zn.}
gang [m] (de ~)
tocht [m] (de ~)
journey, journeying {zn.}
dagreis


Gerelateerd aan journey

trip - voyage - travel - journeyingcover - jaunt - travel - distance