Betekenis van:
voort

voort
Bijwoord
  • verder gaan met een handeling
voort
Bijwoord
  • voortploegen: ''En de boer ploegde '''voort'''''.

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Sterken brengen sterken voort
  2. IJverig werk gaat voort
  3. Uit deze beschikking vloeien derhalve geen financiële consequenties voort.
  4. De kasbehoeften van de mederedervennootschappen vloeiden voort uit:
  5. Deze richtlijn dient voort te bouwen op bestaande internationale normen.
  6. Een andere kostennadeel vloeit voort uit tarieven en transportkosten.
  7. In dat geval zet het Bureau de procedure voort.
  8. Uit het bovenstaande vloeit voort dat de verbintenis in haar huidige vorm niet meer voldoet.
  9. De lidstaten en de Commissie zetten de inventarisatie van mogelijke ECI’s permanent voort.
  10. De overige kosten vloeien voort uit de herstructurering van het personeelsbestand en investeringen (190,5 miljoen PLN);
  11. Deze stijging zette zich in 2008 voort maar sloeg in het TNO om in een daling.
  12. Uit de in de kaderregeling opgenomen omzettingstabel vloeit voort dat I = 0,8.
  13. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijnen.
  14. Deze systemen dienen rekening te houden met de bestaande informatiebronnen en daarop voort te bouwen.
  15. Dit besluit bouwt voort op het normaliseringssysteem van die richtlijn, en vormt daar een aanvulling op.