Betekenis van:
absolve

to absolve
Werkwoord
  • niet toerekenen
  • let off the hook
"I absolve you from this responsibility"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to absolve
Werkwoord
  • onschuldig verklaren
  • pronounce not guilty of criminal charges

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to absolve
Werkwoord
  • verontschuldigen; excuseren
  • excuse, overlook, or make allowances for; be lenient with

Synoniemen

Hyperoniemen

to absolve
Werkwoord
    • grant remission of a sin to
    "The priest absolved him and told him to say ten Hail Mary's"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to absolve
    Werkwoord
    • absolveren
    • let off the hook
    "I absolve you from this responsibility"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to absolve
    Werkwoord
    • verlossen
    • let off the hook
    "I absolve you from this responsibility"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to absolve
    Werkwoord
    • releveren, vrijspreken, absolveren, de absolutie geven
    • pronounce not guilty of criminal charges

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to absolve
    Werkwoord
    • vrijpleiten, vrijspreken, absolveren, de absolutie geven
    • pronounce not guilty of criminal charges

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen