Betekenis van:
ambit

ambit
Zelfstandig naamwoord
  • strekking van iets; bereik of kader; gebied dat iets beslaat of kan beslaan; strekking
  • an area in which something acts or operates or has power or control:
"the ambit of municipal legislation"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ambit
Zelfstandig naamwoord
  • meetgebied, frequentiegebied
  • an area in which something acts or operates or has power or control:
"the ambit of municipal legislation"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ambit
Zelfstandig naamwoord
  • toepassingsgebied
  • an area in which something acts or operates or has power or control:
"the ambit of municipal legislation"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen