Betekenis van:
blessing

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • helpende daad
  • a desirable state
"enjoy the blessings of peace"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • iets wat heilzaam is; aangenaam iets; blijk van gunst
  • a desirable state
"enjoy the blessings of peace"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • goedkeuring van anderen over voorstel; instemming
  • the formal act of approving
"he gave the project his blessing"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • akkoord; gunstblijk v.e. hogere macht; toestemming voor iets; toelating
  • the formal act of approving
"he gave the project his blessing"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • gebed waarin God wordt gedankt
  • a short prayer of thanks before a meal

Synoniemen

Hyperoniemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • hulp van God
  • a short prayer of thanks before a meal

Synoniemen

Hyperoniemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • tafelgebed
  • a short prayer of thanks before a meal

Synoniemen

Hyperoniemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • benedictie
  • a ceremonial prayer invoking divine protection

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • zegen, heilwens, zegenbede, zegenwens, zegening
  • the act of praying for divine protection

Synoniemen

Hyperoniemen

blessing
Zelfstandig naamwoord
  • godsgeschenk
  • the act of praying for divine protection

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord