Betekenis van:
breeding

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • voorafgaande opleiding
  • the result of good upbringing (especially knowledge of correct social behavior)
"a woman of breeding and refinement"

Synoniemen

Hyperoniemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • kennis en vaardigheden
  • the result of good upbringing (especially knowledge of correct social behavior)
"a woman of breeding and refinement"

Synoniemen

Hyperoniemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • het voortplanten of zich voortplanten
  • the sexual activity of conceiving and bearing offspring

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • teelt van dieren; het fokken
  • the production of animals or plants by inbreeding or hybridization

Hyperoniemen

Hyponiemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • het kweken; teelt van gewassen; het telen; het kweken; teelt
  • the production of animals or plants by inbreeding or hybridization

Hyperoniemen

Hyponiemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • opvoeding
  • helping someone grow up to be an accepted member of the community

Synoniemen

Hyperoniemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • deftigheid
  • elegance by virtue of fineness of manner and expression

Synoniemen

Hyperoniemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • raffinement
  • elegance by virtue of fineness of manner and expression

Synoniemen

Hyperoniemen

breeding
Zelfstandig naamwoord
  • verwekking
  • the sexual activity of conceiving and bearing offspring

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

breeding
Bijvoeglijk naamwoord
    • producing offspring or set aside especially for producing offspring
    "the breeding population"
    "retained a few bulls for breeding purposes"

    Werkwoord