Betekenis van:
dread

dread
Bijvoeglijk naamwoord
  • ouderwets
  • causing fear or dread or terror
"the dread presence of the headmaster"
"polio is no longer the dreaded disease it once was"

Synoniemen

Hyperoniemen

dread
Bijvoeglijk naamwoord
  • vrees inboezemend; vrees of ontzag inboezemend
  • causing fear or dread or terror
"the dread presence of the headmaster"
"polio is no longer the dreaded disease it once was"

Synoniemen

Hyperoniemen

dread
Bijvoeglijk naamwoord
  • eng; huiveringwekkend; onbetrouwbaar en griezelig; huiveringwekkend; angstig makend
  • causing fear or dread or terror
"the dread presence of the headmaster"
"polio is no longer the dreaded disease it once was"

Synoniemen

to dread
Werkwoord
  • plotseling angstig worden; schrikken
  • be afraid or scared of; be frightened of

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to dread
Werkwoord
  • opzien, aanhikken, opkijken
  • be afraid or scared of; be frightened of

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

dread
Zelfstandig naamwoord
  • inzicht vooraf
  • fearful expectation or anticipation

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen