Betekenis van:
fearful

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • bang iets verkeerd te doen
  • timid by nature or revealing timidity
"cast fearful glances at the large dog"

Synoniemen

Hyperoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • gauw bang; nogal bang; bangelijk
  • timid by nature or revealing timidity
"cast fearful glances at the large dog"

Synoniemen

Hyperoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • vervuld van schaamte, zich schamend over iets dat men zelf doet of van anderen ondervindt
  • timid by nature or revealing timidity
"cast fearful glances at the large dog"

Synoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • schichtig; schichtig; misantropisch; schuw
  • timid by nature or revealing timidity
"cast fearful glances at the large dog"

Synoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • ouderwets
  • causing fear or dread or terror
"a fearful howling"

Synoniemen

Hyperoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • vrees inboezemend; vrees of ontzag inboezemend
  • causing fear or dread or terror
"a fearful howling"

Synoniemen

Hyperoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • eng; huiveringwekkend; onbetrouwbaar en griezelig; huiveringwekkend; angstig makend
  • causing fear or dread or terror
"a fearful howling"

Synoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
  • zich door angst voor gevaar latende leiden
  • lacking courage; ignobly timid and faint-hearted

Synoniemen

Hyperoniemen

fearful
Bijvoeglijk naamwoord
    • extremely distressing
    "fearful slum conditions"

    Synoniemen

    fearful
    Bijvoeglijk naamwoord
      • experiencing or showing fear
      "a fearful glance"
      "fearful of criticism"