Betekenis van:
exploit

to exploit
Werkwoord
  • uit winstoogmerk gebruiken; exploiteren
  • draw from; make good use of
"we must exploit the resources we are given wisely"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to exploit
Werkwoord
  • profijt hebben van; goed gebruiken
  • draw from; make good use of
"we must exploit the resources we are given wisely"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to exploit
Werkwoord
  • door te boren bereiken
  • draw from; make good use of
"we must exploit the resources we are given wisely"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to exploit
Werkwoord
  • een voorraad gaan gebruiken
  • draw from; make good use of
"we must exploit the resources we are given wisely"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to exploit
Werkwoord
  • overwerk doen; te hard werken
  • work excessively hard
"he is exploiting the students"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to exploit
Werkwoord
  • uitpersen, exploiteren, uitknijpen, uitbuiten, uitzuigen
  • use or manipulate to one's advantage
"He exploit the new taxation system"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

exploit
Zelfstandig naamwoord
  • moeilijke daad
  • a notable achievement

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

exploit
Zelfstandig naamwoord
  • bewuste handeling
  • a notable achievement

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen