Betekenis van:
fixture

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • vaste bezoeker
  • a regular patron
"a bum who is a Central Park fixture"

Synoniemen

Hyperoniemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • beroepssoldaat
  • a regular patron
"a bum who is a Central Park fixture"

Synoniemen

Hyperoniemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • het opnieuw instellen van iets
  • the act of putting something in working order again

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • het herstellen van storingen; reparatiewerk
  • the act of putting something in working order again

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • competitiedag
  • an object firmly fixed in place (especially in a household)

Hyperoniemen

Hyponiemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • winkeldochter
  • an object firmly fixed in place (especially in a household)

Hyperoniemen

Hyponiemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • lapwerk
  • the act of putting something in working order again

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • kleurechtheid
  • the quality of being fixed in place as by some firm attachment

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

fixture
Zelfstandig naamwoord
  • stopwerk
  • the act of putting something in working order again

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen