Betekenis van:
instruct

to instruct
Werkwoord
  • doceren; onderwijzen; onderwijzen; instrueren; onderwijzen
  • impart skills or knowledge to
"He instructed me in building a boat"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to instruct
Werkwoord
  • instrueren
  • give instructions or directions for some task
"She instructed the students to work on their pronunciation"

Hyperoniemen

Hyponiemen

to instruct
Werkwoord
  • aanleren
  • impart skills or knowledge to
"He instructed me in building a boat"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to instruct
Werkwoord
  • bijbrengen, leren
  • impart skills or knowledge to
"He instructed me in building a boat"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to instruct
Werkwoord
    • make aware of

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen