Betekenis van:
mar

mar
Zelfstandig naamwoord
  • lentemaand; benaming voor maart
  • the month following February and preceding April

Synoniemen

Hyperoniemen

mar
Zelfstandig naamwoord
  • ongerechtigheid
  • a mark or flaw that spoils the appearance of something (especially on a person's body)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

mar
Zelfstandig naamwoord
  • karakterfout
  • a mark or flaw that spoils the appearance of something (especially on a person's body)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to mar
Werkwoord
  • perverteren
  • make imperfect
"nothing marred her beauty"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to mar
Werkwoord
  • ontsieren, ontluisteren
  • make imperfect
"nothing marred her beauty"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to mar
Werkwoord
    • destroy or injure severely

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen