Betekenis van:
mellow

mellow
Bijvoeglijk naamwoord
  • hoog liggend
  • slightly and pleasantly intoxicated from alcohol or a drug (especially marijuana)

Synoniemen

Hyperoniemen

mellow
Bijvoeglijk naamwoord
  • ver in rang; voornaam
  • slightly and pleasantly intoxicated from alcohol or a drug (especially marijuana)

Synoniemen

mellow
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van vruchten en gewassen) zijn volle wasdom bereikt hebbend
  • slightly and pleasantly intoxicated from alcohol or a drug (especially marijuana)

Synoniemen

Hyperoniemen

mellow
Bijvoeglijk naamwoord
    • having attained to kindliness or gentleness through age and experience
    "mellow wisdom"
    "the peace of mellow age"
    mellow
    Bijvoeglijk naamwoord
      • having a full and pleasing flavor through proper aging
      "a mellow port"
      "mellowed fruit"

      Synoniemen

      mellow
      Bijvoeglijk naamwoord
        • having attained to kindliness or gentleness through age and experience
        "mellow wisdom"
        "the peace of mellow age"

        Synoniemen

        mellow
        Bijvoeglijk naamwoord
          • unhurried and relaxed
          "a mellow conversation"

          Synoniemen

          to mellow
          Werkwoord
            • become more relaxed, easygoing, or genial
            "With age, he mellowed"

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            to mellow
            Werkwoord
              • make or grow (more) mellow
              "These apples need to mellow a bit more"
              "The sun mellowed the fruit"

              Hyperoniemen

              to mellow
              Werkwoord
                • soften, make mellow
                "Age and experience mellowed him over the years"

                Hyperoniemen

                mellow
                Bijwoord
                  • (obsolete) in a mellow manner

                  Synoniemen