Betekenis van:
monkey

monkey
Zelfstandig naamwoord
  • bengel; deugniet; kind; onvolwaardig, jong iemand
  • one who is playfully mischievous

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

monkey
Zelfstandig naamwoord
  • ondeugend persoon; deugniet; deugniet; ondeugd; ondeugend kind; ondeugend iemand; ondeugend iemand; deugniet; sympathiek maar guitig iemand; ondeugend iemand; stout iemand; ondeugende jongen; lastig kind; gecastreerde haan; slechte zede; gemene kerel; ondeugende jongen; deugniet
  • one who is playfully mischievous

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

monkey
Zelfstandig naamwoord
    • any of various long-tailed primates (excluding the prosimians)

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    monkey
    Zelfstandig naamwoord
    • straatjongen, schoffie
    • one who is playfully mischievous

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    monkey
    Zelfstandig naamwoord
    • duveltje, duiveltje
    • one who is playfully mischievous

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to monkey
    Werkwoord
    • schoonmaken met een zeem; zemen
    • do random, unplanned work or activities or spend time idly

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to monkey
    Werkwoord
    • fröbelen
    • do random, unplanned work or activities or spend time idly

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to monkey
    Werkwoord
      • play around with or alter or falsify, usually secretively or dishonestly

      Synoniemen

      Hyperoniemen