Betekenis van:
national

national
Zelfstandig naamwoord
  • bewoner van een gebied in betrekking tot een regerende vorst of een soevereine staat
  • a person who owes allegiance to that nation

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

national
Zelfstandig naamwoord
  • iemand met burgerrechten v.e. staat
  • a person who owes allegiance to that nation

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

national
Bijvoeglijk naamwoord
  • het doel treffend
  • inside the country

Synoniemen

national
Bijvoeglijk naamwoord
    • owned or maintained for the public by the national government
    "national parks"
    national
    Bijvoeglijk naamwoord
      • of or relating to nationality
      "national origin"
      national
      Bijvoeglijk naamwoord
        • concerned with or applicable to or belonging to an entire nation or country
        "the national government"
        "national elections"
        national
        Bijvoeglijk naamwoord
          • of or relating to or belonging to a nation or country
          "national hero"
          "national anthem"
          national
          Bijvoeglijk naamwoord
            • limited to or in the interests of a particular nation
            "national interests"
            "isolationism is a strictly national policy"
            national
            Bijvoeglijk naamwoord
              • characteristic of or peculiar to the people of a nation
              "a national trait"
              national
              Bijvoeglijk naamwoord
              • staatkundig
              • inside the country

              Synoniemen