Betekenis van:
nominal

nominal
Bijvoeglijk naamwoord
  • als symbool; als een allegorie
  • insignificantly small; a matter of form only (`tokenish' is informal)
"the fee was nominal"

Synoniemen

nominal
Bijvoeglijk naamwoord
  • als substantief
  • relating to or constituting or bearing or giving a name
"the Russian system of nominal brevity"
"a nominal lists of priests"
nominal
Bijvoeglijk naamwoord
  • in geldswaarde uitgedrukt
  • of, relating to, or characteristic of an amount that is not adjusted for inflation
"the nominal GDP"
"nominal interest rates"
nominal
Bijvoeglijk naamwoord
  • de naam betreffend
  • existing in name only
"the nominal (or titular) head of his party"

Synoniemen

nominal
Bijvoeglijk naamwoord
  • de aard hebbend van, gekenmerkt door een naamwoord
  • relating to or constituting or bearing or giving a name
"the Russian system of nominal brevity"
"a nominal lists of priests"
nominal
Bijvoeglijk naamwoord
    • pertaining to a noun or to a word group that functions as a noun
    "nominal phrase"
    nominal
    Bijvoeglijk naamwoord
      • named; bearing the name of a specific person

      Synoniemen

      nominal
      Zelfstandig naamwoord
        • a phrase that can function as the subject or object of a verb

        Synoniemen

        Hyperoniemen