Betekenis van:
nozzle

nozzle
Zelfstandig naamwoord
  • spits toelopend einde van een voorwerp
  • front part of a vessel or aircraft

Synoniemen

Hyperoniemen

nozzle
Zelfstandig naamwoord
  • kop met gaatjes op een vloeistofleiding
  • a projecting spout from which a fluid is discharged

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

nozzle
Zelfstandig naamwoord
  • sproeier, broes, sproei, mondstuk
  • a projecting spout from which a fluid is discharged

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

nozzle
Zelfstandig naamwoord
  • straalbuis, mondstuk, sproeier
  • an artificially produced flow of water

Synoniemen

Hyperoniemen

nozzle
Zelfstandig naamwoord
  • vulpistool, mondstuk, sproeier
  • a projecting spout from which a fluid is discharged

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

nozzle
Zelfstandig naamwoord
  • stoomfluit
  • informal terms for the nose

Synoniemen

Hyperoniemen