Betekenis van:
spout

spout
Zelfstandig naamwoord
  • trompetvormige bek van een gieter
  • an opening that allows the passage of liquids or grain

Hyperoniemen

Hyponiemen

spout
Zelfstandig naamwoord
  • spits toelopend iets (om te schenken)
  • an opening that allows the passage of liquids or grain

Hyperoniemen

Hyponiemen

spout
Zelfstandig naamwoord
  • strooiclip
  • an opening that allows the passage of liquids or grain

Hyperoniemen

Hyponiemen

spout
Zelfstandig naamwoord
  • spuitgat
  • an opening that allows the passage of liquids or grain

Hyperoniemen

Hyponiemen

spout
Zelfstandig naamwoord
  • glijgoot, glijkoker, glijladder
  • an opening that allows the passage of liquids or grain

Hyperoniemen

Hyponiemen

to spout
Werkwoord
  • iets belangrijks uiten
  • talk in a noisy, excited, or declamatory manner

Synoniemen

Hyperoniemen

to spout
Werkwoord
  • met kracht door een nauwe opening naar buiten geperst worden
  • gush forth in a sudden stream or jet

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to spout
Werkwoord
  • door koorts verward en onsamenhangend spreken
  • talk in a noisy, excited, or declamatory manner

Synoniemen

Hyperoniemen