Betekenis van:
partner

partner
Zelfstandig naamwoord
  • dame naast wie je zit bij een diner
  • a person who is a member of a partnership

Hyperoniemen

Hyponiemen

partner
Zelfstandig naamwoord
  • heer naast wie je zit bij een diner
  • a person who is a member of a partnership

Hyperoniemen

Hyponiemen

partner
Zelfstandig naamwoord
  • lid v.e. firma
  • a person who is a member of a partnership

Hyperoniemen

Hyponiemen

partner
Zelfstandig naamwoord
    • an associate in an activity or endeavor or sphere of common interest
    "sexual partners"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    partner
    Zelfstandig naamwoord
    • coöperator
    • a person who is a member of a partnership

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    partner
    Zelfstandig naamwoord
    • partner, wederhelft, levenspartner
    • a person's partner in marriage

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    partner
    Zelfstandig naamwoord
    • danspartner
    • a person's partner in marriage

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to partner
    Werkwoord
      • act as a partner
      "Astaire partnered Rogers"

      Hyperoniemen

      to partner
      Werkwoord
        • provide with a partner

        Hyperoniemen